De 10 tips voor mentale fitheid
Wanneer ben je voor het laatst ergens volledig in opgegaan? Was je toen gelukkig? En wat kun je doen om meer van dat soort momenten te beleven?
Volgens auteur, mindfulnesstrainer, en -consultant Wouter de Jong zit geluk niet in bezittingen of vluchtige emoties, maar in de manier waarop je naar het leven kijkt: je mindset. Daarom schreef hij de bestseller ‘Mindgym: Sportschool voor de Geest’ over het trainen van je geest voor meer focus, rust en energie. In dit artikel vind je 10 tips uit zijn boek die jou helpen om je mentale conditie te verbeteren.
Maar eerst: wat maakt ons brein helder, effectief en gelukkig?
Volgens hoogleraar in de psychologie Richard Davidson zijn vier afzonderlijke breincircuits verantwoordelijk voor een gezonde geest:
- Aandacht: ons vermogen om focus vast te houden
- Veerkracht: ons vermogen om snel te herstellen van negatieve gemoedstoestanden
- Positiviteit: ons vermogen om positieve emoties en gedachten te creëren en te koesteren
- Altruïsme: ons vermogen om onvoorwaardelijk te kunnen geven
Deze circuits opereren los van elkaar en zijn uit onderzoek plastisch gebleken: ze zijn net zo te trainen als je spieren. Wouter geeft in zijn boek oefeningen hiervoor. De oefeningen zijn geen wondermiddeltjes of quick fixes: ze kosten tijd en krijgen pas waarde als je regelmatig traint, want alleen dan merk je verschil.
Tip 1: Onderscheid verschillende aandachtvormen
- Selectieve aandacht: volle, effectieve aandacht op één punt. Bijvoorbeeld als je je nagels knipt.
- Open aandacht: zo breed mogelijk, open voor prikkels binnen én buiten jezelf. Van de zon op je huid tot de bouwwerkzaamheden aan de overkant van de straat en je agenda van morgen.
- Externe aandacht: aandacht gericht op je omgeving waardoor je veranderingen opmerkt.
- Interne aandacht: Focus op je gedachten, gevoelens of lichamelijke sensaties.
Stel je voor dat je aan elk moment van aandacht een kleur toekent dat je relatie aangeeft met het onderwerp van je aandacht. Is het een accepterende soort aandacht, dan is het groen van kleur. Verzet je je ertegen, dan is het rood. Wit is van toepassing als je je er neutraal bij voelt.
Bij aandachttraining pas je meta-aandacht toe: aandacht voor je aandacht. Probeer specifiek een van de aandachtvormen te hanteren en bemerk bij jezelf wanneer je afdwaalt en door welke aandachtvorm dit komt. Vaak heb je een favoriete aandachtvorm die niet altijd geschikt is voor dat moment. Bijvoorbeeld wanneer je een artikel voor je werk wilt lezen (selectieve aandacht) maar je laat afleiden door het harde getyp van een collega (open aandacht). Je bewust worden van je automatismen is de eerste stap om het te veranderen. Als je met meer aandacht wilt leven, moet je die automatische piloot iets vaker uitzetten en bewust je route plannen.
Tip 2: Lees je lichaam
Creëer afstand tot stress door aandacht te geven aan je lichaam. Specifiek aan de plek waar stress zich als eerst manifesteert. Sta af en toe stil bij wat je voelt aan fysieke sensaties. Dit doe je door een accepterende aandacht door je hele lijf te verplaatsen. Merk op wat er is en veroordeel het niet. Probeer ook stressfactoren te identificeren. Wat zorgt voor welk effect op je handelen? Door hier vanaf een afstand naar te kijken kun je bewust(er) kiezen wat je volgende actie zal zijn.
Oefen hier regelmatig mee. Bouw reminders in, bijvoorbeeld via post-its of een alarm op je telefoon. Reflecteer ’s avonds of het je gelukt is om die dag je aandacht te trainen.
Tip 3: Ken de invloed van je lichaamshouding
Tip 4: Onderscheid zintuigelijke prikkels van je gedachten
Oefening: probeer de volgende zaken objectief te observeren: een collega, je vriend(in), je telefoon of je werk. Hoe snel raak je verstrikt in je oordelen? Merk op hoe moeilijk het is om objectief te zijn. Zelfs op objecten plakken we al snel een oordeel, zoals ‘mooi’, ‘oud’, ‘traag’ of ‘handig’.
Tip 5: Bedenk in welke gedachten je wilt investeren
Oefening: luister naar opkomende gedachten, zonder ze te willen veranderen, begrijpen, analyseren of je erdoor mee te laten voeren. Benoem ze met een soort verwondering en merk op: je hebt gedachten. Verlies je niet in de inhoud en vraag je af: dragen deze gedachten bij aan mijn doelen? Via Acceptance and Commitment Therapy leer je hier meer over.
Tip 6: Beloon jezelf met zelfcompassie
Wouter de Jong gebruikt het voorbeeld van een oude Tibetaan die zijn kleinzoon vertelt dat er binnen in hem een gevecht woedt tussen twee wolven. De grijze wolf is slecht en bestaat uit woede, jaloezie, wrok, hebzucht, verwaandheid, minderwaardigheid, leugens, zelfmedelijden en ego. De bruine wolf is goed en staat voor vreugde, tevredenheid, liefde, hoop, kalmte, nederigheid, sympathie en compassie. In ieder mens is volgens hem de zelfde strijd gaande. Welke wolf wint, is afhankelijk van welke jij voedt. Let vandaag eens op met welke activiteiten, gedachten en emoties jij jouw grijze én bruine wolf voedt. Welke wolf smikkelt het meest?
Beloon jij jezelf regelmatig met een beetje zelfcompassie? Stel, je hebt een moeilijk moment. Bijvoorbeeld omdat je vervelend nieuws hebt gekregen of iets anders uitpakt dan je had gehoopt. Een manier om dan veiligheid en tevredenheid aan te wakkeren is door 1) te denken aan een situatie of persoon die jou steunt, op wat voor manier dan ook. Bijvoorbeeld een fijne plek waar je je thuis voelt of waar je je op vakantie waant, of een inspirerend persoon of goede vriend. Registreer wat je zintuigen zouden ervaren als je daadwerkelijk op die plek of met die persoon zou zijn. Of 2) zoek daadwerkelijk een externe kalmeringsfactor op. Zoals muziek, geur, smaak of een voorwerp. Of dit nu een liedje van Coldplay is of een foto van je kind, een sleutelhanger die je ooit cadeau hebt gehad of de geur van appeltaart.
Tip 7: Breid je cirkel van compassie uit
Oefening: kijk of je bij willekeurige voorbijgangers jezelf eraan kunt herinneren dat zij net zoals jij zijn. Een simpel zinnetje dat je hierbij kunt gebruiken is: ‘hij/zij is net zoals ik…’ (aan te vullen met: op weg, op zoek, gehaast, verdrietig, et cetera).
Tip 8: Ga constructief om met boosheid
- Ervaar en herken je harde gevoelens (ben je boos, star, afgesloten of veroordelend?).
- Gebruik een zelfcompassiepauze om afstand te nemen en niet je impulsen te volgen (bijvoorbeeld om niet te snauwen, op te hangen als je aan het bellen bent of een bewust kwetsende opmerking te maken). Zo’n compassiepauze bestaat uit: 1) registreer dat je lijdt en geef zachtjes aan jezelf toe dat iets pijnlijk is. 2) Erken vervolgens dat iedereen weleens worstelt en dat lijden bij het leven hoort. 3) Sluit af door jezelf even gerust te stellen met een aanraking, een hand op je hart of arm. En wens jezelf iets ondersteunends toe, bijvoorbeeld kracht, vriendelijkheid of acceptatie.
- Onderzoek je zachte gevoelens die onder je boosheid liggen (denk aan verdriet, teleurstelling, angst, zorgen).
- Benoem je onvervulde behoeften (zoals veiligheid, erkenning, ontwikkeling, liefde).
- Geef bij de ander aan dat je die behoefte hebt en/of leg die behoefte neer bij jezelf. Doe dit vanuit je gevoel en je onderliggende behoeften en laat je lichaam hierbij helpen. Als je iets met compassie wilt zeggen, sla dan niet je armen over elkaar maar houd je lichaam vrij en open. Verzacht de spieren in je gezicht en breng subtiel je borst iets naar voren als je voor jezelf wilt opkomen.
Tip 9: Train je geluk
Tip 10: Vergeet niet te lachen
Meer weten?
Dit artikel is gebaseerd op het boek Mindgym: Sportschool voor je geest van Wouter de Jong. Meer over jezelf mentaal fit trainen lees je in zijn boek Mindgym: Sportschool voor je geest en in onze 10 tips voor mentale fitheid, eveneens gebaseerd op de Mindgym methode.
