De 5 principes van design thinking

Design Thinking: een mensgerichte methode voor innovatie

Veel organisaties schieten direct in de oplossingsmodus. Er is een probleem, dus er moet snel een systeem, proces of tool komen. Maar wat als je eerst onderzoekt wat mensen echt nodig hebben? Precies daar begint Design Thinking.

Design Thinking is een creatieve en mensgerichte methode om problemen op te lossen. Niet de techniek of het proces staat centraal, maar de gebruiker. Door goed te kijken, vragen te stellen en ideeën snel te testen, ontstaan oplossingen die niet alleen slim bedacht zijn, maar die ook snel toepasbaar en bruikbaar zijn in de praktijk.

Design Thinking helpt organisaties om innovatie concreet te maken. Het is een iteratief (cyclisch) proces, wat we ook kennen van Scrum en Agile werken. Met iedere stap neem je inzichten mee uit de vorige fase. Of je nou werkt in de publieke of commerciële sector: overal waar eindgebruikers zijn, is deze methode toepasbaar. Je kunt immers oplossingen ontwikkelen die aansluiten op de behoeften, bewoners, medewerkers of cliënten.

Wat is de Design Thinking-methode?

Design Thinking draait om het begrijpen van mensen. In plaats van direct naar een oplossing toe te werken, onderzoek je eerst waar het probleem werkelijk zit. Waar zit de pijn óf winst voor gebruikers? En wat hebben zij nodig om verder te komen?

Het probleem dat een beleidsmaker, consultant of opdrachtgever benoemt is vaak een heel ander probleem dan wat de gebruiker zelf ervaart. Daarom werkt Design Thinking goed voor “wicked problems”: complexe problemen met (meerdere) eindgebruikers, waar niet zomaar een pasklaar antwoord op te vinden is. Deze aanpak levert vaak verrassende inzichten op.

De methode bestaat uit vijf fases: Empathize, Define, Ideate, Prototype en Test. Samen vormen deze stappen een herhalend proces waarin je continu leert en verbetert.

De eerste stap in het Design Thinking proces is Empathize: inleven in het vraagstuk en de situatie van de eindgebruiker. Wat zijn hun uitdagingen? Wat willen ze bereiken? Om aan die informatie te komen kun je de eindgebruiker hierover interviewen of observeren. Voor dit specifieke vraagstuk weet ik de antwoorden al. Elke ochtend als mijn wekker gaat, ben ik er in mijn donderwolk heilig van overtuigd dat de tien minuten snoozen het hoogtepunt van mijn dag gaan zijn. Ik herken me helemaal in dit vraagstuk.

Wat zijn de 5 fasen van Design Thinking?

Design Thinking bestaat uit vijf opeenvolgende fases: Empathize, Define, Ideate, Prototype en Test.

1. Empathize (Inleven)

In deze fase verdiep je je in de doelgroep. Je observeert gedrag, voert gesprekken en onderzoekt waar gebruikers tegenaan lopen. Het doel is om zoveel mogelijk inzicht te krijgen in uitdagingen en verwachtingen van de gebruikers. Door eerst goed te luisteren, voorkom je dat je oplossingen bedenkt voor aannames in plaats van het kernprobleem. Je kunt er bijvoorbeeld achter komen dat een document niet wordt ingevuld omdat het te moeilijk is, maar doordat het onvindbaar is op de website.

2. Define (Definiëren)

Na het onderzoek in de “empathize-fase”, breng je alle inzichten samen. Welke patronen vallen op? Waar zit de kern van het probleem? Op basis daarvan formuleer je een scherpe probleemstelling die richting geeft aan de rest van het proces. In plaats van: “Hoe maken we het proces sneller?” vraag je bijvoorbeeld: “Hoe kunnen we inwoners meer duidelijkheid geven voordat ze een aanvraag starten?” Dat verschil lijkt klein, maar leidt vaak al tot hele andere oplossingen.

3. Ideate (Ideeën genereren)

Nu begint het creatieve deel van het proces. Verschillende teams bedenken zo veel mogelijk oplossingen, zonder te oordelen. Hoe breder je denkt, hoe groter de kans op vernieuwende ideeën (divergeren). Methodes als brainstormsessies, het maken van mindmaps, SCAMPER* of de zes denkhoeden** helpen om bestaande patronen los te laten. In deze fase draait het niet om perfectie, maar om experimenteren en mogelijkheden verkennen.

4. Prototype (Prototypen)

In plaats van eindeloos te vergaderen, maak je ideeën zo snel mogelijk tastbaar. Dit kan met behulp van een schets, een storybook***, een klikbaar ontwerp, een simpel model of zelfs een eerste conceptversie. Je werkt hier snel en met goedkope materialen en middelen. Het prototype moet testbaar zijn voor (potentiële) eindgebruikers. Het is daarom handig dat je een prototype kunt vastpakken, erin kunt bladeren of zelfs echt kunt gebruiken. Het prototype hoeft niet af te zijn. Juist door het eenvoudig te houden, ontdekt je snel wat werkt en wat niet. Dat bespaart tijd, geld en discussie.

5. Test (Testen)

In de testfase leg je het prototype voor aan gebruikers. Hun feedback laat zien of de oplossing daadwerkelijk helpt. Begrijpen mensen het? Lost het iets op? Waar ontstaan nieuwe vragen of frustraties? Op basis van deze inzichten kan je het concept verder verbeteren. Design Thinking is namelijk geen strak stappenplan, maar een cyclisch proces van leren, aanpassen en opnieuw testen.

Wat is een voorbeeld van Design Thinking?

Een gemeente ontvangt regelmatig klachten over de lange wachttijden bij vergunningsaanvragen. De eerste gedachte is om het systeem verder te automatiseren. Maar via Design Thinking ontdekt het team dat de grootste frustratie ergens anders zit.

  • Empathize: Medewerkers interviewen inwoners en merken dat veel mensen al vóór de aanvraag vastlopen. Informatie blijkt onduidelijk en inwoners weten niet goed welke documenten nodig zijn.
  • Define: De gemeente formuleert daarom een andere uitdaging: “Hoe kunnen we inwoners beter begeleiden voordat zij een aanvraag indienen?”
  • Ideate: Het team bedenkt verschillende oplossingen, zoals een digitale checklist, een chatbot en een interactieve handleiding.
  • Prototype: Vervolgens ontwikkelt het team een eenvoudige online checklist waarmee inwoners stap voor stap kunnen zien wat ze nodig hebben.
  • Test: Inwoners testen de checklist en geven feedback. Vooral de duidelijkheid en eenvoud blijken goed te weken. Op basis van de reacties scherpt de gemeente de oplossing verder aan.

Het resultaat: inwoners dienen completere aanvragen in, maken minder fouten en ervaren minder frustratie. Daardoor verloopt het proces uiteindelijk ook sneller.

 

Stappen in design thinking

Wil je Design Thinking zelf toepassen op een actueel vraagstuk? In de driedaagse training Design Thinking werk je samen met een expert aan een concrete casus en ontwikkel je een prototype dat direct getest kan worden. Met behulp van trainingsacteurs leer je gebruikers interviewen, luisteren naar de vraag achter de vraag en krijg je ook de kans je prototype weer te testen op een eindgebruiker. Door met medecursisten samen te werken, brainstormsessies te begeleiden en het proces van divergeren/ convergeren te doorlopen, ben je na afloop van deze training in staat om een groep professionals door het Design Thinking proces heen te begeleiden en samen tot nieuwe oplossingen komen.

Bekijk de training

 

*SCAMPER is een creatieve denktechniek waarmee je bestaande ideeën of producten verbetert door ze systematisch vanuit zeven verschillende invalshoeken te bekijken, zoals vervangen, combineren en aanpassen.

**De zes denkhoeden van Edward de Bono is een methode waarbij je een vraagstuk bewust vanuit zes verschillende denkwijzen bekijkt, zoals feiten, emoties, creativiteit en kritische analyse.

***Een storyboard is een visuele weergave van een idee, proces of gebruikerservaring in opeenvolgende stappen, waarmee je een concept inzichtelijk maakt en kunt toetsen voordat je het uitwerkt.