Persoonlijkheidsverschillen: hoe leer je jezelf en anderen beter te begrijpen?
Wie jij bent kun je vaak terugzien in een aantal persoonlijkheidskenmerken. Deze zijn moeilijk veranderbaar en blijven de rest van je leven bij. Thijs Launspach en Lennard Toma, bekend van de podcast ‘Hoe ben je zo?!’, houden zich wekelijks bezig met persoonlijkheidskenmerken. Zij geloven dat je niet constant bezig hoeft te zijn met jezelf verbeteren, maar je kunt jezelf en anderen wel beter leren begrijpen. Dat maakt je leven een stuk leuker én makkelijker.
Benieuwd naar wat verschillen qua persoonlijkheid? Hieronder vind je drie persoonlijkheidsverschillen die Thijs en Lennard eerder in hun podcast bespraken.
1. Locus of control: Zoek jij de verantwoording bij jezelf of zie jij jezelf als pechvogel van het universum?
Hoe jij reageert op de uitdagingen in je leven heeft te maken met jouw ‘locus of control’. Het begrip locus of control verwijst naar de mate waarin een persoon het gevoel heeft controle te hebben over zijn eigen gedrag en leven. Een persoon kan een interne of externe locus of control hebben.
Mensen met een hoge interne locus of control geloven dat ze veel controle hebben over hun eigen leven en gedrag. Ze schrijven hun successen en mislukkingen toe aan hun eigen vaardigheden en inspanningen, en nemen verantwoordelijkheid over hun acties. Dit leidt tot een sterke motivatie om de controle over hun leven te nemen en doelen na te streven. Iemand met een hoge interne locus of control zegt bijvoorbeeld: “Ik heb goed gepresteerd op de examens omdat ik heel hard heb gestudeerd.” Zowel bij successen als bij problemen zoekt de persoon de verantwoording bij zichzelf.
Tegenovergesteld ervaart een persoon met een hoge externe locus of control dat externe factoren zoals geluk, toeval of andere mensen effect hebben op hun leven en gedrag. Het voelt voor hen alsof zij slachtoffer zijn van keuzes die buiten hun macht liggen. Hierdoor kunnen ze zich hulpeloos of machteloos voelen. Bijvoorbeeld: “Ik heb de promotie niet gehaald omdat de baas het mij niet gunt” of “Ik ben nou eenmaal zo opgevoed”. Deze manier van denken kan uiteindelijk leiden tot belemmeringen in persoonlijke groei en prestaties. Andersom kan het ook dat er juist gedacht wordt dat een promotie met geluk is gehaald, en niet door de eigen instelling en goede prestaties.
Het is belangrijk op te merken dat de locus of control niet in beton gegoten is en dat mensen verschillende gradaties van zowel interne als externe locus of control kunnen ervaren, verschillend per situatie. Sommigen kunnen bijvoorbeeld een interne locus of control hebben op bepaalde gebieden, zoals hun carrière, terwijl ze een externe locus of control hebben op andere gebieden, zoals relaties. Je eigen locus of control beter begrijpen helpt je meer inzicht te krijgen in je gedrag, motivatie en reactie op verschillende uitdagingen.
2. Openheid: Waarom staat de een zo open voor nieuwe ideeën en is de ander zo conservatief?
De bereidheid van een persoon om nieuwe ideeën, ervaringen en perspectieven te verkennen kun je uitdrukken in het persoonlijkheidskenmerk ‘openheid voor ervaringen’, in het Engels ‘Openness to Experience’. Dit kenmerk speelt een belangrijke rol in het vormgeven van iemands houding, gedrag en voorkeuren, en beïnvloedt de benadering van het leven en de wereld om iemand heen. Je kunt hoog of laag scoren op openheid. Openheid is niet hetzelfde als extraversie, dat verwijst naar de mate waarin een persoon gericht is op interactie met anderen en de buitenwereld.
Mensen die hoog scoren op openheid zijn vaak nieuwsgierig, avontuurlijk en geïnteresseerd in kunst en abstracte ideeën. Ze genieten van het opdoen van nieuwe ervaringen, reizen graag om nieuwe culturen te ontdekken, zijn ruimdenkend, creatief en vindingrijk. Door hun vaak progressieve politieke voorkeur staan ze open voor verandering, open grenzen en wereldburgerschap. En hun ontvankelijkheid voor nieuwe ervaringen resulteert erin dat ze de neiging hebben om zich niet gemakkelijk te specialiseren.
Aan de andere kant zijn mensen die laag scoren op openheid voor ervaringen vaak een stuk nuchterder, pragmatischer en conservatiever. Ze geven voorkeur aan routines, tradities en de gevestigde normen. Met abstracte, creatieve en soms zelfs zweverige concepten hebben ze weinig affiniteit. Hierdoor zijn ze voorzichtiger en aarzelender als het gaat om het omarmen van nieuwe ideeën of projecten. Ook zie je vaak terug dat mensen die op deze ladder laag scoren vaak conservatiever stemmen en zich comfortabeler voelen bij duidelijke grenzen en tradities.
Op de werkvloer is het goed een balans te vinden in de mate van openheid binnen een team. Beide soorten werknemers hebben hun voordelen en waardevolle eigenschappen. Te veel openheid in een team kan leiden tot een overvloed aan projecten, waarbij kritisch denken vaak vergeten wordt. Te veel geslotenheid daarentegen kan resulteren in een gebrek aan groei en perspectief. Beide persoonlijkheidskenmerken in een team hebben draagt bij aan het oplossen van problemen en het nemen van weloverwogen beslissingen, doordat zo verschillende perspectieven worden meegenomen in de besluitvorming.
3. Keuzes maken: Neem jij genoegen met goed genoeg of ga je voor het maximale?
De hele dag door maken we keuzes, van kleine alledaagse beslissingen over wat je gaat eten en welke kleding je aantrekt tot beslissingen die een stuk complexer zijn. Bijvoorbeeld het kiezen van de juiste partner, de ideale baan en de plek waar je gaat wonen. Het hebben van al deze keuzemogelijkheden zien we in onze maatschappij vaak als iets positiefs. Kunnen kiezen staat immers gelijk aan ons beeld van vrijheid. Daarnaast voelt het alsof er zo altijd een optie is die perfect past bij al onze gestelde criteria. Hierbij vergeten we echter een zeer belangrijke factor: tijd. Hoe meer keuzes we hebben, des te langer duurt het afwegen om vervolgens de juiste keuze te maken.
Binnen de enorme hoeveelheid opties die we hebben, zijn er ook nog eens een enorm aantal keuzes te maken. In plaats van alleen de keuze tussen wit en bruin brood, kunnen we nu ook kiezen tussen volkoren, tijger, meergranen, grofgesneden, zuurdesem of glutenvrij brood. Toch zijn we vaak na het maken van een keuze niet helemaal tevreden. We hebben het gevoel niet de juiste keuze gemaakt te hebben en twijfelen aan de mogelijkheid dat één van de andere opties wellicht toch beter was. Dit kan leiden tot een gevoel van onvrede en kost een hoop tijd en energie.
Barry Schwartz, auteur van het boek ‘The Paradox of Choice’, kwam erachter dat je mensen bij het maken van keuzes kunt onderverdelen in twee categorieën: maximizers en satisficers.
Maximizers streven ernaar de beste keuze te maken die hen op lange termijn het maximale voordeel oplevert. Ze onderzoeken alle beschikbare opties, wegen deze tegen elkaar af en proberen op basis van alle criteria een weloverwogen keuze te maken. Zo streven zij bijvoorbeeld vaak naar de beste prijs-kwaliteitsverhouding.
Satisficers daarentegen beslissen snel en baseren hun keuzes op een paar bescheiden criteria. Ze zijn bereid genoegen te nemen met ‘goed genoeg’ in plaats van alle opties af te gaan omdat ze streven naar het allerbeste.
Verschillende studies tonen aan dat satisficers over het algemeen tevredener en gelukkig met hun keuzes zijn. Een overvloed aan keuzes leidt niet noodzakelijk tot meer tevredenheid. Maximizers ervaren zelfs eerder gevoelens van spijt en twijfel, doordat ze, zoals eerder gezegd, altijd bang zijn dat ze niet de beste keuze hebben gemaakt.
Mensen kunnen in de ene situatie een maximizer zijn en in een andere situatie een satisficer. Hierin is ook geen goed of fout. Wel kun je, als je van jezelf weet dat je een maximizer kunt zijn, jezelf aanleren meer te genieten van de keuzes die je maakt. Zo ervaar je vaker een bevredigender gevoel, in plaats van constant te streven naar perfectie.