Het ontbrekende puzzelstukje ben jij zelf, je kunt meer dan je denkt

Je kent het waarschijnlijk wel, je hebt dromen en ambities, maar er is iets wat je tegenhoudt. Een obstakel waar je mee moet omgaan of een tegenslag die je moet incasseren. Maar hoe doe je dit en hoe bereik je je doel? Olympisch kampioen Mark Tuitert deelde zijn adviezen hierover tijdens het derde webinar van het ICM Groeiprogramma 2025.

Twaalf jaar trainen voor twee minuten

Op 20 februari 2010 bereikte Mark zijn droom: hij werd Olympisch kampioen op de 1500 meter schaatsen in Vancouver. Binnen de twee minuten waarin hij de race voltooide, lukte het hem om alles uit zichzelf te halen. Maar dit ging zeker niet van een leien dakje, voor dit korte moment heeft hij maar liefst twaalf jaar getraind. De Olympische Winterspelen van 2002 haalde hij helaas niet; zijn ouders lagen in een vechtscheiding en Mark probeerde als oudste broer te bemiddelen. Hij trainde daarnaast twee tot drie keer per dag, zeven dagen in de week. Het resultaat? Mark lag de gehele winter van 2002 overtraind op de bank. Tijdens het webinar van het ICM Groeiprogramma nam hij het publiek mee in dit verhaal. Uiteindelijk kunnen we allemaal veel meer dan we denken…

Dream big today

Mark: “Mijn rit begon toen ik negentien, twintig jaar oud was. Op mijn 29e, dicht bij de pensioengerechtigde leeftijd als topsporter, kijk ik terug op mijn route die begon toen ik een groot talent was en de wereld van de topsport binnenkwam. Mijn Amerikaanse coach, Peter Müller, leerde me om groot te dromen. ‘Dream big today,’ zei hij. ‘Jij gaat volgend jaar Rintje Ritsma verslaan.’ Ik dacht dat hij knettergek was, maar zijn geloof in mijn grote droom wakkerde mijn gedrevenheid aan. Nog iedere dag sta ik op met die vonk die door Peter Müller in mij is aangewakkerd.”

Hoe ga je om met verandering, met tegenslagen?

“Mijn grote droom lag al voor me, want ik trainde hard voor de Olympische Spelen van 2002 in Salt Lake City. Ik had een goed team en een dik contract bij mijn sponsor. Alles leek voorspoedig te gaan, maar ik woonde nog thuis bij mijn ouders die in een vechtscheiding lagen. Als oudste zoon probeerde ik te bemiddelen tussen mijn vader en moeder, maar hoe meer ik dat deed, hoe erger de situatie werd. Ik vluchtte in het enige wat ik nog kon controleren: hard trainen. Zeven dagen per week, twee à drie keer per dag, zonder rustdagen. Ik dacht op dat moment dat ik sterker was dan de natuur, maar de hele winter van 2002 lag ik ziek op de bank, zwaar overtraind. Ik ging niet naar de Olympische Spelen en bleef thuis, maar ik kon er wel van leren. Dit was een kruispunt in mijn leven, met de vraag: Hoe bepaal ik mijn innerlijke instelling? Hiervoor liet ik mij inspireren door Marcus Aurelius. Hij was keizer van Romeinse rijk van 161 tot en met 180. Maar Marcus Aurelius was meer dan dat: hij stond bekend om zijn liefde voor de filosofie. Voornamelijk de stoïcijnse filosofie. Marcus Aurelius leerde me dat obstakels ook als hulpmiddel kunnen dienen en richtingwijzers zijn naar een nieuwe weg. Dit werd mijn leidraad.”

“Wat een obstakel was, wordt een hulpmiddel, wat je verhinderde een bepaalde weg in te slaan, wordt een richtingwijzer.” – Marcus Aurelius

Een nieuwe richting, een nieuw plan

“Na dat seizoen kreeg ik een nieuwe coach, Jac Orie, een bewegingswetenschapper met het mantra: ‘meten is weten’. We hielden alles bij en bouwden langzaam op. De eerste keer dat ik ging hardlopen, moest ik onder de 130 slagen per minuut blijven, maar ik werd ingehaald door mijn dertig jaar oudere buurvrouw. Ik vroeg me af hoe ik ooit nog Olympisch kampioen zou worden. Door week in, week uit de juiste dingen te doen en gefocust te blijven, ging het beter. Dit was mijn nieuwe pad: een nieuwe coach, een nieuwe richting, een nieuw plan. Twee jaar later werd ik Europees kampioen met een nieuw wereldrecord. Ik was 23 jaar oud en óók versloeg ik Rintje Ritsma. Maar de krantenkoppen die voorspelden dat ik de komende jaren álles zou winnen, kwamen niet uit. Weer een wijze les: geniet van je succes, leg de lat hoog, maar besef dat verandering constant is. We zijn gewend aan veiligheid en vastigheid, maar de wereld verandert voortdurend. De vraag is hoe je daarmee omgaat.”

Je bent zelf het laatste puzzelstukje

“Ik had de lat hoog neergelegd als topsporter. Maar een maand na mijn overwinning, verbraken twee Amerikanen, Shani Davis en Chad Hendriks, mijn wereldrecord. En nog geen jaar daarna breekt een jochie uit Heerenveen, Sven Kramer, mijn wereldrecord. Hij legt de lat nóg hoger. In februari 2006 miste ik opnieuw de Olympische Spelen door een fout tijdens het kwalificatietoernooi. Dit leidde tot zelfreflectie en het besef dat ik, ondanks al mijn kennis en training, nog steeds iets miste.”

“Ik had acht jaar lang aan topsport gedaan en ik dacht dat ik het allemaal wel begreep. Hoe ik moest trainen, hoe ik me moest voorbereiden. Maar als je denkt dat je alles weet, dan stop je toch met leren? Ik voelde dat ik hier iets mee moest. Ik ging naar mijn mentor Frank. Ik zei: ‘Ik heb twee keer de Olympische Spelen gemist en ik begrijp niet wat er aan ontbreekt. We meten álles. En meten is weten. Ik heb een goed team. Alle cijfertjes zijn goed, maar ik sta niet op de Olympische Spelen.’

Frank was een goede mentor en zei: ‘Mark, ik wil je iets laten zien’. En hij wees me op de twee kopjes koffie die op tafel stonden en zei: ‘Als dit kopje koffie je moeder representeert en dat kopje koffie je vader. Overduidelijk hebben die twee strijd met elkaar, zoals jij vertelt.’ Frank gaf me een glas water. ‘Dit glas water, dat ben jij. Zet het maar neer. Waar sta jij?’ En ik dacht: waar sta ik? Dit heeft nog nooit iemand aan me gevraagd. Ik zette het glas ergens neer. Het glas stond niet tussen die twee kopjes in, de twee mensen waarvan ik hou. Maar ik stond er ook niet ver vandaan. Ik realiseerde ineens me dat het ontbrekende puzzelstukje ikzelf was en dat alles begint en eindigt bij jezelf.”

Mijn laatste les gaat niet over Olympisch goud

“Mijn les gaat niet over olympisch goud of de scheiding tussen mijn ouders. Het gaat over het kiezen en volgen van je eigen pad in het leven. Dit vereist soms harde keuzes en het stellen van je eigen grenzen. Maar als je dat doet, kun je het pad omarmen, met al zijn hoge pieken en diepe dalen. Je kunt van het leven een mooi kunstwerk maken. Toen ik aan de startstreep stond in Vancouver, voelde ik de enorme druk van camera’s en van de mensen in het publiek. Op zulke momenten val ik altijd terug op een idee van Epictetus, de stoïcijnse filosoof uit de eerste eeuw na Christus. Hij verdeelt de werkelijkheid in twee categorieën: wat wel en wat niet in onze macht ligt. Dit idee helpt me om te focussen op mijn innerlijke instelling en houding, wat volgens de stoïcijnen het enige is dat echt aan ons is. Dit besef geeft me kracht en jullie hopelijk ook: je kunt meer dan je denkt.”

Benieuwd naar meer?

Meld je hier aan voor het ICM Groeiprogramma 2026!