Goed leren schrijven begint met een goede werkwijze

Veel mensen vinden schrijven een lastig onderdeel van hun werk. Diep in hun hart vrezen ze het nooit goed onder de knie te zullen krijgen. Op het intake-fomulier zetten ze dan bijvoorbeeld dat ze zich ‘graag laten verrassen’. Toch gaan deze mensen meestal enthousiast naar huis. Niet omdat ze ineens topschrijvers zijn geworden, maar omdat ze hebben geleerd dat beter schijven wel degelijk te leren is. Een goede werkwijze is de basis.

Schrijven bestaat uit drie onderdelen:

  1. De opdracht scherp stellen, nadenken en structuur maken;
  2. Schrijven (typerdetyp dus);
  3. Redigeren.

In de briefing hebben opdrachtgever en opdrachtnemer een gedeelde verantwoordelijkheid.

In fase 1 stel je scherp wat je met je tekst wilt bereiken. Als je voor een ander schrijft, zorg dan dat je weet wat diegene van jou verwacht. In de briefing hebben opdrachtgever en opdrachtnemer een gedeelde verantwoordelijkheid. Jouw aandeel is het halen van een heldere opdracht. Zodat je precies weet wat je te doen staat. Na de briefing denk je door. De dode momenten op een werkdag (toiletbezoek, koffie halen) zijn daar heel geschikt voor. Laat de hoofdlijnen van het stuk door je hoofd gaan, vraag je af wat je nog nodig hebt om te kunnen beginnen. Dit is een zeer waardevolle investering. Maak ook notities in steekwoorden en zet een hoofdstructuur op. Bij grotere teksten kan je een powerpoint-presentatie maken. Dan zie je meteen of je structuur oké is.

Concentreer je volledig op wat je te vertellen hebt, en aan wie.

Fase 2, het echte schrijven, is een proces. Het tempo ligt hoog en afleiders krijgen geen toegang. Dus: telefoon doorzetten, bordje op de deur, rustige werkruimte zoeken … Als dat niet haalbaar is, schrijf dan thuis.

Ook de spellingscorrector gaat uit. Je concentreert je volledig op wat je te vertellen hebt, en aan wie. Typefouten, spelling, d’ en t’s, opmaak en alle andere, niet-inhoudelijke zaken negeer je in deze fase. Ze halen je uit de ‘flow’ en remmen het proces. Blijf ‘praten’ tegen je lezer(s) tot je je verhaal verteld hebt.

In fase 3 komen de taalkwesties op tafel . Je trekt kromme zinnen recht, je kort in, voegt eventueel informatie toe en doet zo nodig nog wat aanpassingen in de structuur. Als dat allemaal geregeld is, kan de spellingscorrector weer aan. De puntjes op de ‘i’. Als je stuk klaar is, lees het dan van papier. Op een print zie je veel meer dan op scherm.

Met schrijven in 3 fasen gaat alles beter. Je geeft de volledige aandacht aan elk onderdeel. Daardoor lever je in minder tijd, meer kwaliteit en werk je bovendien met meer plezier.
Nooit meer beginnen zonder dat je precies weet wat je te doen staat. Nooit meer tot het laatst wachten met alle stress van dien. Een goede werkwijze is je fundament en iedereen kan het leren. Een opbeurende gedachte voor iedereen die schrijven een lastig onderdeel van het werk vindt.

Meer in Communicatie