Dé waarheid bestaat niet…. Of toch wel?

Vrij regelmatig word ik geconfronteerd met de uitspraak dat dé waarheid niet bestaat. Een uitspraak waar ik wel begrip voor heb maar die ook aantal interessante vragen oproept. De eerste vraag die dan direct boven komt is die over de leugen. Als de waarheid niet bestaat, bestaat een leugen dan wel? En zo ja, hoe meet je dat dan? Ik ging op zoek naar een antwoord.

Drie verschillende hersengebieden

Om te begrijpen hoe we onze waarnemingen, bevindingen en waardebepalingen (oordelen en vooroordelen) vormen, is het goed om te weten welke drie functionele hersengebieden hiervoor verantwoordelijk zijn:

  • Het Reptielenbrein (dat verantwoordelijk is voor de overlevingsfuncties zoals onze ademhaling, hartslag, temperatuur etc.);
  • Het Limbische brein (dat betrokken is bij emotie, motivatie en genot en ervoor zorgt dat we aan een bepaalde situatie een emotionele waardering geven);
  • En de Neocortex (dit is het ‘jongste’ deel van onze hersenen dat verdeeld is in twee helften. De exacte functies in de twee helften staan in de wetenschap nog wel ter discussie maar recent onderzoek wijst (genuanceerd) uit dat de linkerhelft vooral zoekt naar patronen en logica en de rechterhelft meer betrokken lijkt bij het interpreteren van verbanden. De overige functies zijn verdeeld over beide helften (zie bijvoorbeeld deze bron).

Alle drie de functionele gebieden werken nauw samen en zorgen ervoor dat wij functioneren in de breedste zin van het woord. Alle delen geven signalen af die we bewust en onbewust registreren, interpreteren en waaraan we zo betekenis geven. Hierdoor wordt er meteen een andere dimensie aan toegevoegd, namelijk het “zijn” dat groter is dan alleen een stel goed functionerende hersenen. Dit ‘zijn’ is een holistisch begrip om de ultieme eigenheid van de eigenschappen van het mens zijn uit te leggen. De een noemt het ‘de geest’ en een ander ‘het bewustzijn’, weer anderen noemen het ‘de ziel’ of (wellicht wat wetenschappelijker) het handelen gevoed door de combinatie van het “Es, Ich en Uber-ich” volgens Sigmond Freud.

Verschillende interpretaties

Met name dat ‘‘zijn’’ en het betekenis geven spelen een rol in de stelling of “dé waarheid al dan niet bestaat”. Als we er rekening mee houden dat ieder mens zijn eigen context heeft in termen van genetisch vastgelegde kenmerken (hard gecodeerd) en levenslijn (alle ervaringen en invloeden in dit leven inclusief de waarden en normen van generaties), is het volkomen aannemelijk dat wij gelijke fenomenen anders interpreteren naar gelang we ons bewust zijn van ons ‘zijn’ en inherent hieraan van de belangen en filters die ons ‘zijn’ dienen.

Een meer generieke definitie voor ‘een waarheid’

Die interpretatieverschillen zijn onoverkomelijk, persoonlijk én dienen primair degene die de interpretatie aanhangt en als waarheid betitelt. Dat was voor mij het uitgangspunt om te proberen een meer generieke definitie te zoeken van ‘een waarheid’. Deze definitie kan ertoe bijdragen dat de zinsnede “dé waarheid bestaat niet” meer context krijgt in plaats van dat het een excuus is voor verschillende interpretaties. Voor deze definitie zijn er aannames nodig die in zekere zin de stelling ‘dé waarheid bestaat niet’ onderschrijven maar die desondanks wel verduidelijking kunnen geven en wellicht een betere context kunnen geven aan gesprekken en discussies.

Drie typen waarheden

Ik ben in mijn zoektocht gekomen tot een driedeling van typen waarheden die voor mij uitstekend werkt:

  1. De feitelijke waarheid, gebaseerd op gezamenlijk afgesproken definities binnen de context. De waarheid is dichotoom: of het een of het ander. Bijvoorbeeld ‘de zon schijnt’ of ‘het regent’. Kortom, de waarneming van het fenomeen is zonder ‘betekenis’ of waardeoordeel. Binnen de definities is dit type waarheid te verifiëren.
  2. De geïnterpreteerde waarheid, gebaseerd op de belevingswaarheid van de waarnemer. Hierin kunnen de definities en de betekenis afwijken over de volle breedte van het fenomeen. Bijvoorbeeld ‘het is lekker weer want de zon schijnt’ of ‘het is slecht weer want het regent’. Niet alleen kan de betekenis van het fenomeen afwijken maar ook de betekenis van de gebruikte woorden, zoals ‘lekker’ of ‘slecht’. De beweringen zijn daardoor moeilijk te verifiëren maar ook gemakkelijk aan te passen naar gelang het de waarnemer dient.
  3. De geassembleerde waarheid, een waarheid die wordt samengesteld uit de twee hiervoor genoemde typen waarheden en ‘irrelevante’ andere beweringen om die waarheid te bevestigen (bedoeld of onbedoeld). Bijvoorbeeld: ‘Het is prachtig weer buiten omdat de zon schijnt, het niet te warm is en er veel mensen op het terras zitten en in zomerse kleren buiten lopen, bovendien vindt 80% op Facebook ook dat het mooi weer is, dan is het toch logisch…” et cetera. Dit type waarheid is lastig om te verifiëren door alle losse fenomenen die worden benoemd om deze waarheid te onderbouwen als ze al verifieerbaar zijn. Bovendien zijn veel onderbouwingen in betekenis aan te passen naarmate het de waarnemer dient.

Ik begrijp dat ook deze driedeling voor discussie vatbaar is en dat deze absoluut niet zaligmakend is maar het geeft mij wel de context om de juiste vragen te stellen en wellicht ook om ‘dé leugen’ te detecteren.

Kortom, ik heb nog steeds geen idee of ‘dé waarheid’ en ‘dé leugen’ al dan niet bestaan maar ik heb voor mijzelf wel een weg gevonden om over beiden het gesprek aan te gaan zonder dat ik er meer mee hoef te doen dan, desgewenst, mijn zienswijze te ventileren.


Meer in Communicatie