ADHD op het werk: “Mijn brein wijkt af van de norm en dat is precies waarom het werkt”
Waarom lukt focussen de ene dag moeiteloos, en voelt het de andere dag als trekken aan een dood paard? Voor veel mensen met ADHD is dat herkenbaar. Concentratie is geen constante, maar iets dat beweegt.
In dit interview vertelt Eva hoe zij omgaat met ADHD op het werk, prikkels en concentratie. En waarom neurodivergent werken vraagt om iets anders dan simpelweg ‘je best doen’.
Hoe ontdek je dat je ADHD hebt? En wat betekent dat voor je werk?
Voor veel mensen met ADHD wordt pas later duidelijk waarom dingen anders voelen of minder vanzelf gaan, vaak pas wanneer structuur ineens wél werkt.
Als kind zat Eva op een Montessorischool. Dat klinkt idyllisch: vrijheid, zelf je route bepalen, werken op het tempo dat bij je past. Maar waar sommige kinderen floreren in zo’n open landschap, voelde Eva zich er juist een beetje verloren. Ze is dromerig, schreven docenten in haar rapport, en kreeg haar taken niet op tijd af.
|
|
Pas op de middelbare school, met een docent voor de klas en een vast rooster, merkte Eva dat structuur voor haar een anker was. Op haar 24e viel eindelijk het kwartje: ADHD.
“Het was vooral een opluchting,” zegt Eva. “Er was eindelijk een naam voor wat ik al die jaren niet kon vangen.” Wat anderen steeds hadden uitgelegd als een tekortkoming, bleek simpelweg een brein die niet kapot is, maar anders werkt. “Het ligt niet aan mij. De omgeving is gewoon niet altijd ingericht op hoe mijn hoofd werkt.”
Tegelijkertijd benadrukt Eva dat die ervaring niet voor iedereen hetzelfde is. Voor haar voelde de diagnose als een bevestiging, maar ze begrijpt ook dat anderen een label juist als beperkend kunnen ervaren.
Wanneer werkt ADHD juist in je voordeel op het werk?
ADHD werkt juist in je voordeel op het werk wanneer er sprake is van urgentie, afwisseling of ruimte voor creativiteit.
In haar werk loopt Eva vooral aan tegen het filteren van prikkels. Alles lijkt een prioriteit. Alles voelt groot. Ook vergaderingen zonder structuur zijn een valkuil. Waar anderen makkelijk meebewegen in een vrij gesprek, raakt Eva de draad kwijt zodra er meerdere zijsporen ontstaan. “Dan klap ik dicht. Ik weet niet meer op welk onderwerp ik kan inhaken en raak de structuur van het gesprek kwijt.”
Maar wanneer er per direct op locatie iets moet gebeuren, of wanneer je Eva een brainstorm laat doen, staat ze aan. “Dan valt alles op z’n plek. Mijn gedachten zijn helder en ik weet precies hoe ik de situatie aan wil pakken.” In creatieve of dynamische werkomgevingen is dat een duidelijke kracht. Het laat zien dat niet het brein zelf beperkend is, maar de context waarin iemand werkt.
Wat heb je nodig om goed te functioneren met ADHD op het werk?
Nu ze zichzelf beter begrijpt dan vroeger, helpt het Eva in haar werk als ze beweegt: even staan, een klein wandeling maken, een muziekje aan. Geen strenge regels, maar ruimte om haar eigen ritme te volgen. “Ik heb er als ADHD’er niks aan om de hele dag vastgeplakt te zitten aan één stoel. Zo werkt het voor mij niet.”
Een kort gesprek met haar leidinggevende kan al genoeg zijn om weer overzicht te krijgen. Al blijft hulp vragen spannend: “Ik wil niet gezien worden als iemand die ‘het niet aankan’. Ik ben net zo competent als mijn collega’s, maar heb andere uitdagingen.”
Dat ze een diagnose heeft, schreeuwt ze niet meteen van de daken. De vooroordelen zijn daarvoor vaak nog te hardnekkig.
Hoe creëer je een neuro-inclusieve werkvloer?
Volgens Eva begint een écht neuro-inclusieve organisatie verrassend simpel: het gesprek erover openen en nieuwsgierigheid naar elkaar. Niet in hokjes denken. Geen snelle conclusies trekken. Geen “oh, je hebt ADHD, dus jij bent vast…”.
Per individu zou je de vragen kunnen stellen:
- Waar loop je tegenaan?
- Wat heb je nodig?
Soms is de oplossing eenvoudig: een koptelefoon, een rustige werkplek of een speeltje voor in de handen. Soms gaat het over vertrouwen. Over gezien worden zonder dat iemand je probeert recht te vijlen tot “normaal”.
Surfen op de concentratiegolf
Het belangrijkste inzicht dat Eva leerde? Concentratie laat zich niet afdwingen. “Ik ga mee met de concentratiegolf wanneer die er is.” Op een goede dag pakt ze alles op waar creativiteit voor nodig is. Op een mindere dag doet ze juist de automatische taken. Inmiddels weet ze dat het niet werkt om zichzelf te forceren.
Het duurde jaren om dat te accepteren, maar nu weet ze: haar brein heeft een andere handleiding. Misschien is dát wel de kern van neurodiversiteit op de werkvloer: niet iedereen dezelfde mal in duwen, maar erkennen dat er meerdere manieren zijn om waarde toe te voegen. “Mijn brein wijkt af van de norm en dat is prima.”
Meer weten over neurodiversiteit op de werkvloer?
Eva’s verhaal staat niet op zichzelf. Steeds meer professionals herkennen zich in neurodivergent werken.
Wil je beter begrijpen wat neurodiversiteit op de werkvloer precies inhoudt en hoe je daar als organisatie mee omgaat? Lees dan ook onze uitgebreide uitleg over neurodiversiteit.
