10 tips om veelvoorkomende denkfouten te herkennen en voorkomen

Intuïtief hebben we het vaak bij het juiste eind. Door ervaring weten we bijvoorbeeld dat als een fietser naar links kijkt, hij waarschijnlijk linksaf zal slaan. Of dat als het gordijntje van een pashokje dicht is, hij waarschijnlijk bezet is. Doordat ons onderbuikgevoel het geregeld goed heeft, beseffen we niet dat we ondertussen ook vaak irrationeel redeneren, zelfs bij beslissingen met grote consequenties.

In het boek ‘Ons feilbare denken op het werk’ omschrijft neuropsycholoog en wetenschapsjournalist Chantal van der Leest wat onze meest voorkomende denk- en inschattingsfouten zijn op het werk. Onderstaande 10 tips baseerden we op dit boek. Ze helpen je denkfouten (van jezelf en anderen) te herkennen en te voorkomen zodat je voortaan betere besluiten neemt.

Maar eerst: wat is een denkfout?

Met een denkfout bedoelt Van der Leest een niet-logische en foutieve gedachtegang. Vaak trekken we een te snelle conclusie omdat we uitgaan van vuistregels, dingen die vaak zo zijn. We gebruiken dan denksysteem 1 van Daniel Kahneman (2011). Hij onderscheidt twee denksystemen:

  1. Handelen volgens systeem 1 (het automatische systeem) kost je de minste moeite. Je staat op de automatische piloot en je gedrag is snel en automatisch omdat je vanuit vuistregels handelt of omdat je iets al vaak hebt gedaan. Fietsen bijvoorbeeld, of twee plus twee optellen.
  2. Systeem 2 kost tijd en gaat bewuster. Denk aan praten in een vreemde taal, een projectplan schrijven of zestien met drieëndertig vermenigvuldigen. Je moet dit bewust en gecontroleerd doen om tot de juiste resultaten te komen.

95% van de tijd laat je je door systeem 1 leiden. Systeem 2 is doordachter en kost daardoor ook veel energie, terwijl we maar beperkte denkcapaciteit hebben. Daarom is het ook zo lastig om twee ingewikkelde dingen tegelijk te doen: ons denkvermogen volgens systeem 2 wordt dan overbelast.

We maken 30.000 tot 35.000 beslissingen per dag. Logisch dus dat we ons voortdurend laten leiden door systeem 1. Maar systeem 1 overdenkt niet en laat alles meewegen: onze emoties, onderbuikgevoel en eerdere ervaringen. Of deze nou relevant zijn of niet. We hechten waarde aan argumenten die ons gevoel bevestigen en we wimpelen tegenargumenten weg. Dat we mogelijk over te weinig informatie beschikken om een gegronde mening te vormen, komt vaak niet eens in ons op.  Tijd om systeem 2 vaker in te schakelen om onze overtuigingen kritisch te heroverwegen.

De 10 tips

Tip 1: Accepteer dat je denkfouten maakt

Want echt, ook jij maakt ze. We zijn geneigd om te denken dat het maken van denkfouten typisch iets is voor anderen. Maar we maken ze allemaal, hoe hoog ons IQ ook is. Sterker nog, juist wanneer je je graag laat leiden door je intuïtie of je gevoel van controle, ben je kwetsbaar. Je zet je dan af tegen het idee dat je denkfouten maakt, waardoor je je niet bewust bent van je zwakke plekken en je je er ook niet tegen wapent.

Tip 2: De invloed van een eerste indruk is groot

Alan: intelligent, actief, impulsief, kritisch, koppig, jaloers
Ben: jaloers, koppig, kritisch, impulsief, actief, intelligent

Stel je voor dat Alan en Ben bij jou op sollicitatiegesprek komen. Wie neem je aan? De meeste mensen kiezen Alan, terwijl alleen de volgorde van de eigenschappen verschilt. Je laat je leiden door je eerste indruk en alles wat daarop volgt, probeer je te matchen met wat je al van iemand wist. Een eerder bepaalde mening bevestigen gaat vervolgens veel gemakkelijker dan van mening veranderen.

Deze eerste indruk geldt niet alleen voor personen, maar ook voor ideeën en verhalen. Stel, je geeft een presentatie en wilt anderen overtuigen van jouw plan. Begin je met bezwaren, dan vormen die de eerste indruk die jouw toehoorders krijgen. Dat wordt hun uitgangspunt en straalt af op alles wat je vervolgens zegt. Begin daarentegen met de positieve punten zodat je publiek overtuigd raakt. Voor alle ‘mitsen en maren’ die volgen, is het een stuk makkelijker om oplossingen te vinden.

Tip 3: Baseer je niet op anekdotisch bewijs

Vaak trekken we conclusies op basis van een te kleine steekproef. We maken een paar keer iets mee, bijvoorbeeld dat het wc-papier bij de Jumbo is uitverkocht, en stellen vervolgens dat de Jumbo zijn voorraden nooit op orde heeft. Zolang we onze conclusie zelf logisch vinden, komt het niet in ons op dat de steekproef of observatie te klein is of dat de informatie verouderd is. Ons gevoel zegt namelijk dat ons anekdotische bewijs een logische voorspeller is voor de toekomst.

Houd hier rekening mee in je werk door te beseffen dat als iets een of twee keer gebeurt, dit nog geen voorspellende waarde heeft.

Tip 4: Bescherm je tegen beïnvloeding

We maken regelmatig inschattingen van hoeveelheden. Vaak baseren we ons daarbij op een eerdere ervaring of een getal in een offerte. Dit is op zich geen probleem, als dat getal maar relevant is! Vaak genoeg is dat echter niet zo omdat je onbewust beïnvloed wordt.

Denk bijvoorbeeld aan afgeprijsde producten met een hoge originele vraagprijs. We krijgen de indruk flink te besparen, terwijl het product nooit met die hoge prijs in de schappen lag. En staat een huis voor een schijnbaar gunstige prijs te koop, dan ben je waarschijnlijk wel bereid om te kijken en over te bieden dan als het huis al (te) duur te koop staat.

Het kost veel moeite om een bepaald getal los te laten en je er niet door te laten beïnvloeden. Krijg je een belachelijk openingsbod, dan kun je een belachelijk tegenbod doen. Maar als je weet dat je beïnvloed wordt, kun je je er ook tegen beschermen en simpelweg vragen om een nieuw, realistischer bod. Vermijd voor jezelf de vraag of je het bod acceptabel vindt, maar bedenk: wat zou het minimale bod zijn dat de tegenpartij zou accepteren? Wat zou het hen kosten als deze deal niet doorgaat?

Tip 5: Wees kritisch op je voorstellingsvermogen

“Ik kan me goed voorstellen dat…” We stellen ons de hele dag van alles voor, maar dat zegt niets over hoe reëel die inschatting is. Hoe gemakkelijker we herinneringen ophalen, hoe groter we de kans achten dat ze gebeuren en hoe meer invloed ze hebben op onze beslissingen. Zo kunnen we ons heel goed voorstellen dat een verre reis ondernemen gevaarlijker is dan thuisblijven, omdat ons meer risicovolle reisscenario’s te binnen schieten dan risicovolle scenario’s in onze eigen woonplaats.

Je eigen herinneringen spelen hierbij een rol. Wie samenwoont heeft bijvoorbeeld vaak het gevoel dat hij of zij alles moet doen in het huishouden, terwijl de ander dit net zo ervaart. Als je beiden vraagt hoeveel procent zij van het huishouden bijdragen, dan kom je waarschijnlijk boven de 100% uit als je de antwoorden optelt. Grote kans dat je partner meer doet dan jij denkt, maar je hebt er zelf geen herinneringen aan waardoor het moeilijk voor te stellen is. Dit geldt waarschijnlijk ook voor het team waarin je werkt. Laat iedereen eens op een papiertje zetten hoeveel procent hij of zij bijdraagt. Laat iedereen vervolgens eens nadenken over elkáárs bijdragen. Natuurlijk heb je zelf veel gedaan, maar wat heeft de ander eigenlijk bijgedragen?

Tip 6: Vergroot je representativiteit

We kunnen razendsnel mensen in een hokje plaatsen, gebaseerd op stereotypen. Stel, iemand is intelligent, maar niet erg creatief. Hij houdt van regelmaat en duidelijkheid en houdt niet zo van omgang met anderen. Studeert deze persoon psychologie, informatica of rechtsgeleerdheid? Grote kans dat je voor informatica gaat. Ons systeem 1 plaatst objecten en mensen razendsnel in categorieën, terwijl statistisch gezien de kans groter is dat iemand psychologie of rechten studeert. Toch laten we ons vaak (en soms onterecht) leiden door representativiteit.

Hoe kun je dit gegeven nu gebruiken in je voordeel? Nou, bijvoorbeeld bij het zoeken naar een baan. Verdiep je in de soort organisatie en branche en wat daarbij past. Voor je cv geldt vaak less is more. Je hoeft niet volledig te zijn in je ervaringen en kenmerken, noem alleen de belangrijkste feiten die passen bij de functie en de organisatie waar je solliciteert. Als je irrelevante of zelfs niet zo aantrekkelijke activiteiten toevoegt, dan maakt dat jouw algehele representativiteit minder groot.

Tip 7: Wees je bewust van zelfoverschatting

We lijden op allerlei vlakken aan zelfoverschatting: gemiddeld genomen vinden we onszelf gezonder, fitter en schatten we in dat we een hoger emotioneel IQ hebben dan anderen. Ironisch gezien treedt dit fenomeen met name op als we over weinig informatie beschikken, en eigenlijk juist minder goed in iets zijn dan gemiddeld. De weinige informatie die we hebben, is namelijk heel eenvoudig te verwerken waardoor we ons heel zeker voelen over onze resultaten. We weten immers niet wat er allemaal te weten valt.

Draai het eens op: hoe meer je weet, hoe meer je weet wat je niet weet. De meest kundige mensen zijn soms het meest onzeker. De echte expert zal zijn verhaal meestal inkleden met een heleboel mitsen en maren.

Je doorziet intuïtieve non-experts door je af te vragen: is het vakgebied voorspelbaar? Hoeveel ervaring en kennis heeft deze persoon opgedaan in dit vakgebied? En heeft hij een eenduidig verhaal of zitten er veel nuances aan zijn boodschap? Juist die nuances tonen aan hoeveel iemand weet.

Tip 8: Spreek twijfels uit

Optimisme geeft energie. Het helpt je uitdagingen en risico’s op te zoeken, het wakkert enthousiasme aan en helpt om mensen met je mee te krijgen. Maar rasoptimisten onderschatten risico’s stelselmatig of doen gewoonweg te weinig moeite om ze te onderzoeken. Dit wordt de optimistische bias genoemd. Toch houden we ervan als mensen zeker van hun zaak zijn en worden hun ideeën geregeld omgezet in projecten.

Wie als medewerker van een project kritiek gaat leveren, wordt vaker gezien als iemand die niet loyaal is en pessimistisch is, dan als iemand die realistisch wil zijn. Gelukkig zijn er verschillende manieren om optimistische waaghalzen bij te sturen. Zet bijvoorbeeld de betrokkenen van het (overmatige) optimistische project bij elkaar en geef als opdracht: “Stel je voor dat we een jaar verder zijn. Het plan is tot uitvoering gebracht maar de uitkomst is rampzalig. Neem vijf tot tien minuten de tijd om een korte geschiedenis van de ramp te beschrijven.”

Doordat iedereen zijn eigen antwoorden formuleert, voorkom je dat ze elkaars ideeën gaan overnemen. Dit helpt om iedereen open te laten staan voor mogelijke bedreigingen en ze te tackelen.

Tip 9: Accepteer verlies

We vinden het lastig om verlies te accepteren maar blijven daardoor in hopeloze zaken investeren. Neem bijvoorbeeld een ticket voor een congres dat je maanden geleden hebt aangeschaft. Op de dag in kwestie lig je behoorlijk beroerd in bed: je bent ziek. Je zou alsnog kunnen gaan als je flink wat pijnstillers neemt, want het is toch wel erg zonde om dat geld weg te gooien. Zou je dit ook zo ervaren als je gratis op een gastenlijst stond?

Een ander wellicht herkenbaar voorbeeld: je hebt een kledingmiskoop gedaan maar toch hangt hetzelfde kledingstuk twee jaar later nog in je kast. Je kunt het niet over je hart verkrijgen om weg te gooien, want je hebt er geld in gestoken. Iets weggooien of ergens mee stoppen maakt pijnlijk duidelijk dat je een verkeerde keuze hebt gemaakt en dat is confronterend.

Je kunt je verlies beter in een breder kader zien. Soms winnen we iets, soms verliezen we iets. We zijn beter af als we verliesgevende investeringen opzeggen en winstgevende investeringen behouden. Klinkt logisch, maar soms kan loslaten lastig zijn. Bijvoorbeeld een relatie waar je geen energie meer van krijgt, een baan waar je hart niet sneller van gaat kloppen of een kledingkast vol kleding waar je niet blij van wordt. Toch levert geen rekening houden met spijt je flinke voordelen op.

Tip 10: Vergeet niet te lachen

Er lijkt een verschil te zijn tussen hoe we dingen op het moment zelf ervaren en hoe we er later op terugkijken. Er zijn namelijk twee zelven: degene die van minuut tot minuut aan het ervaren en voelen is, en degene die terugblikt op het leven en de opgedane ervaringen. Ze zijn het lang niet altijd met elkaar eens. Denk maar eens na over vakanties: na afloop kom je vaak terug met mooie verhalen, maar op het moment zelf bestaan er zat stressmomenten.

Dit geldt ook voor werk. Op het moment zelf ervaren we onze directe omgeving en bezigheden. Wat voor soort baan we hebben, wat we verdienen en of we status hebben is minder belangrijk. Toch laten we bij de keuze voor een nieuwe baan het loon, de vakantiedagen, de status en de leaseauto zeker meetellen. We zijn daar in het begin heel blij mee, maar uiteindelijk went alles en wordt dat je nieuwe normaal. Weegt dat op tegen wat je ervaart in het moment zelf: de werkzaamheden, het eventuele overwerken, het contact met je leuke of minder leuke collega’s? Kortom: kies je voor het nu of voor later? Vergeet niet te lachen in het hier en nu!

Meer weten? Lees het boek of volg de training

Dit artikel is gebaseerd op het boek ‘Ons feilbare denken op het werken’ van Chantal van der Leest. Dit boek wordt gebruikt in de ICM training ‘Argumenteren en overtuigen door kritisch denken‘. In deze training verdiep je je in bovenstaande onderwerpen en werk je concreet aan jouw vaardigheden. Je oefent met nieuwe oplossingsrichtingen vinden, informatie op een kritische manier analyseren, gerichte vragen stellen en door valse argumentatie prikken.

Ons onfeilbare denken op het werk - chantal van der leest

Bekijk de training

Vragen over dit onderwerp?

We helpen je graag met een persoonlijk advies over welke opleiding of training het beste bij je past. Maar ook voor praktische vragen kun je terecht bij onze adviseurs.

Wij zijn te bereiken op 030 - 29 19 888 van maandag t/m vrijdag van 08.30 tot 17.30 uur.

Voor meer informatie kan je ook de ICM Brochure bestellen

brochure