Wat zeg je als leidinggevende tegen je team als AI hun werk overneemt? 

Je hoeft als leidinggevende maar één enthousiaste collega over AI te horen om aan de andere kant van de tafel iemand stil te zien worden. Want wat voor de één een kans is, voelt voor de ander als een bedreiging van jarenlang opgebouwde kennis en ervaring. Hoe houd je in zo’n team het gesprek open én menselijk? Helemaal als je zelf misschien ook niet alle antwoorden hebt? 

AI kan teksten schrijven, analyses maken, meedenken en taken automatiseren die tot voor kort onmiskenbaar mensenwerk leken. Voor organisaties biedt dat volop mogelijkheden. Maar voor medewerkers kan onder die mogelijkheden een ongemakkelijke vraag schuilgaan: als AI steeds meer van mijn werk kan, wat voeg ík dan nog toe?

Volgens Marjon Bohré-den Harder, bedrijfskundige en arbeids- en organisatiepsycholoog, ligt dáár vaak het pijnpunt. Wat leidinggevenden volgens haar vooral niet moeten doen: te snel proberen die vraag op te lossen. Want achter zorgen over AI, zit vaak iets fundamentelers dan de angst om een specifieke taak kwijt te raken.

Waarom raakt AI medewerkers zo persoonlijk?

“De grote angst voor veel mensen is dat je niet meer relevant bent”, zegt Bohré-den Harder. Werk is immers meer dan een verzameling taken. Mensen ontlenen er op verschillende manieren betekenis aan: aan hun vakmanschap, de bijdrage die ze leveren, hun inkomen of de kennis en ervaring die ze in jaren hebben opgebouwd.

Die angst voor irrelevantie kan allerlei reacties oproepen. De ene medewerker verzet zich fel tegen AI en benadrukt vooral wat een machine nooit zal kunnen. Een ander trekt zich terug en denkt nauwelijks nog mee. Weer een ander omarmt iedere nieuwe toepassing direct, zonder nog kritisch te kijken of die toepassing het werk daadwerkelijk beter maakt. Als leidinggevende zie je dan misschien weerstand, enthousiasme of terughoudendheid. De kunst is om hier niet meteen in mee te gaan, maar juist te onderzoeken wat daaronder zit.

Wat zeg je als een medewerker bang is zijn baan kwijt te raken door AI?

De eerste les volgens Bohré-den Harder: “Zeg vooral niet meteen: ‘Maak je geen zorgen, het komt wel goed. Hoe goedbedoeld die reactie ook is, je doet er iets wezenlijks mee. Je minimaliseert wat de ander voelt. Bovendien kun je waarschijnlijk helemaal niet garanderen dat alles goed komt. Begin daarom met luisteren.”

Wat je bijvoorbeeld wél kunt vragen:

  • Waar maak je je precies zorgen over?
  • Welke veranderingen zie je nu al in je werk?
  • Wat betekent dat voor jou?
  • Welk deel van je werk denk je dat gaat veranderen?
  • Wat zou je graag willen behouden in je werk?

Erkennen betekent daarbij niet dat je een medewerker gelijk geeft in zijn somberste toekomstscenario. Je kunt zeggen: ‘Ik begrijp dat deze ontwikkeling je onzeker maakt’, zonder te beweren dat zijn of haar baan inderdaad verdwijnt.

Ook hoef je de onzekerheid niet onmiddellijk op te lossen. “De meeste mensen zijn heel prima in staat om hun eigen shit te dragen”, zegt Bohré-den Harder. “De taak van de leidinggevende is dus niet om iedere ongemakkelijke emotie te fixen. Wel om ruimte te creëren waarin die emotie er mag zijn.”

Wat doe je als je als leidinggevende zelf ook het antwoord niet hebt? 

Als je zelf de antwoorden niet hebt, hoef je volgens Bohré-den Harder zeker niet te pretenderen dat je die wel hebt. Misschien zit daar wel een van de lastigste kanten van leidinggeven in tijden van AI. Je team kijkt naar jou voor richting en jij voelt je verantwoordelijk, terwijl jij de route zelf ook niet precies kent. Niemand weet precies hoe AI zich gaat ontwikkelen in de komende jaren, jij als leidinggevende dus ook niet. En dat hoef je niet te verbergen.

Sterker nog: doen alsof je alle antwoorden hebt, werkt volgens Bohré-den Harder eerder tegen je. De ontwikkelingen gaan daarvoor simpelweg te snel. Juist samen zoeken kan een kracht zijn. Je kunt bijvoorbeeld eerlijk zeggen dat je niet weet hoe een functie er over drie jaar precies uitziet, maar dat je wél samen kunt onderzoeken welke taken veranderen, waar AI kan ondersteunen en waar menselijke kwaliteiten belangrijk blijven.

Daarmee verschuift het gesprek van ‘gaat AI mijn baan afpakken?’ naar een vraag waarop je samen invloed kunt uitoefenen: ‘hoe willen wij dat ons werk er straks uitziet?’

Kijk niet alleen naar wat AI kan, maar naar wat je team wil bereiken

Dat gesprek begint volgens Bohré-den Harder niet bij een lijst met AI-tools. Begin bij het doel van je team. Wat probeert je team daadwerkelijk voor klanten, patiënten, leerlingen, collega’s of de organisatie te betekenen? Welke werkzaamheden dragen daar rechtstreeks aan bij? En aan welke waardevolle onderdelen van het werk komen mensen nu juist te weinig toe?

Neem je eigen situatie als leidinggevende. Als je AI inzet voor het samenvatten van overleggen, het voorbereiden van rapportages en het structureren van informatie, kun je meer tijd vrijmaken voor persoonlijke gesprekken met medewerkers over ontwikkeling, samenwerking of simpelweg over hoe het gaat.

De vraag is daarom niet alleen welk werk AI kan overnemen, maar ook welk menselijk werk we dankzij AI méér willen doen.

Meer ruimte voor menselijkheid door AI

Volgens Bohré-den Harder begint het gesprek over AI niet bij de technologie, maar bij de vraag wat je als team of organisatie wilt bereiken. Welke werkzaamheden dragen daar echt aan bij, en aan welke waardevolle, menselijke onderdelen van het werk komen mensen nu te weinig toe?

AI kan bijvoorbeeld tijd vrijmaken door overleggen samen te vatten, rapportages voor te bereiden of informatie te structureren. Die gewonnen tijd kun je bewust besteden aan ontwikkeling, aandacht, verbinding en echte gesprekken. “AI is ook een kans voor meer ruimte voor menselijkheid. Daarmee zetten we juist een stap vooruit,” zegt Bohré-den Harder.

Dat vraagt wel om een bewuste keuze: niet alleen méér output produceren, maar opnieuw kijken naar wat je als organisatie werkelijk levert. Een opleider draagt bijvoorbeeld niet alleen kennis over, maar helpt mensen zich te ontwikkelen door te oefenen, reflecteren en met anderen in gesprek te gaan. De belangrijkste vraag is daarom niet alleen welk werk AI kan overnemen, maar vooral: welk menselijk werk willen we dankzij AI méér doen?

Meer aandacht voor menselijkheid klinkt misschien als een tegenreactie op technologie. Bohré-den Harder ziet dat anders: “AI is ook een kans voor meer ruimte voor menselijkheid. Daarmee zetten we juist een stap vooruit.”

Wat doe je met weerstand tegen AI in je team?

Een medewerker die zegt ‘ik wil niets met AI te maken hebben’ kun je gemakkelijk bestempelen als iemand die niet mee wil veranderen. Maar ‘weerstand’ is volgens Bohré-den Harder vaak een te snelle conclusie. Misschien is iemand bang om vakmanschap te verliezen. Misschien ziet diegene risico’s die anderen missen. En misschien is wat jij weerstand noemt simpelweg een andere mening.

Bohré-den Harder herkent dat ook uit haar eigen ervaring. Ze stond aanvankelijk zelf behoorlijk afwijzend tegenover AI. Juist omdat ze onderzoek doet naar menselijkheid vroeg ze zich af of verdere technologisering ons niet verder zou verwijderen van wat mensen nodig hebben. In plaats van die weerstand als eindpunt te zien, besloot ze haar eigen reactie te onderzoeken. Ze las zich in, experimenteerde met AI en gebruikte het onder andere als hulpmiddel bij informatieverzameling en analyse en bij het schrijven.

Precies daar zit een belangrijke les die je ook in teams kunt toepassen: onderzoek weerstand voordat je haar probeert weg te nemen. Vraag een medewerker die terughoudend is bijvoorbeeld: ‘Wat zie jij wat wij misschien over het hoofd zien?’ Daarmee maak je van weerstand informatie.

Vijf dingen die je als leidinggevende vandaag kunt doen

Wil je het gesprek over AI in je team menselijk houden? Begin dan hier:

  1. Vraag naar de zorg achter de weerstand.
    Probeer mensen niet meteen te overtuigen. Onderzoek eerst wat iemand dreigt te verliezen: een taak, vakmanschap, plezier, zekerheid of het gevoel relevant te zijn.
  2. Erken onzekerheid zonder die groter of kleiner te maken.
    Zeg niet automatisch dat het wel goedkomt, maar neem ook niet ieder rampscenario over. Erken wat iemand ervaart.
  3. Wees eerlijk over wat je niet weet.
    Je hoeft de toekomst van AI niet te voorspellen. Maak duidelijk wat je wel weet en waarover jullie samen nog antwoorden moeten vinden.
  4. Onderzoek welk werk juist méér menselijkheid verdient.
    Kijk niet alleen welke taken AI kan versnellen. Bespreek waar je team vrijgekomen tijd en aandacht aan wil besteden.
  5. Maak van AI een teamvraagstuk.
    Laat enthousiastelingen én critici meedenken. Vraag welke kansen, risico’s en aannames zij zien en verbind die perspectieven aan het doel van het team.

Workshop tijdens de Kennisparade: Slim bewegen met AI

Tijdens de Kennisparade geeft Marjon Bohré-den Harder, bedrijfskundige en arbeids- en organisatiepsycholoog, de workshop ‘Slim bewegen met AI: technologie en menselijkheid in balans’.

Daarin staat een vraag centraal die steeds minder theoretisch wordt: wordt de wereld beter of slechter met AI?

Technologische ontwikkelingen volgen elkaar razendsnel op. We kunnen AI vooral inzetten voor productiviteit en efficiëntie, met het risico op meer afstand en vervreemding. Maar we kunnen de mogelijkheden van AI ook benutten om organisaties menselijker te maken: met meer aandacht, betere samenwerking en betekenisvoller werk.

In de workshop verken je hoe AI en mensgericht werken zich tot elkaar verhouden en welke keuzes jij daarin kunt maken. Hier lees je meer over de ICM Kennisparade op maandag 21 september 2026.