Morris van der Hoeven over micro-agressies: niet zo bedoeld, wel zo gevoeld

“Het was maar een grapje.”
“Zo bedoelde ik het helemaal niet.”

We zeggen het allemaal weleens, vaak om een ongemakkelijke stilte te doorbreken of om de sfeer te redden na een opmerking die verkeerd viel. Maar wat als die grap, dat zinnetje of die blik iets doet met de ander? Wat als iets kleins toch groot blijkt te zijn?

Tijdens het webinar over micro-agressies liet Morris van der Hoeven, organisatieadviseur bij Goed Geschud, precies dat ongemakkelijke, maar o zo herkenbare spanningsveld zien: het verschil tussen wat je bedoelt en wat een ander ervaart.

De kracht van het kleine

Morris van der Hoeven is veranderkundige en consultant op het gebied van diversiteit en inclusie. “Micro-agressies,” vertelt hij tijdens het webinar, “gaan over de kleine dingen. Over die subtiele opmerkingen, handelingen of grapjes die misschien onschuldig lijken, maar die diepe sporen kunnen achterlaten als ze zich opstapelen.”

Hij noemt een voorbeeld uit eigen praktijk:

“Wat spreek jij goed Nederlands!”

Goed bedoeld, misschien zelfs vriendelijk bedoeld. Maar voor iemand die hier geboren is, kan het voelen als: je hoort er eigenlijk niet helemaal bij.

“Het is niet de intentie die telt,” benadrukt Morris, “maar de impact.” Daarbij gebruikt hij de metafoor “death by a thousand papercuts.” Eén klein sneetje doet nauwelijks pijn, maar duizend kleine sneetjes na elkaar kunnen diepe wonden slaan. Zo werkt het ook met micro-agressies, legt hij uit: het zijn niet de losse opmerkingen op zich, maar het herhaalde patroon dat uiteindelijk uitput, uitsluit en beschadigt.

Van ongemak naar gesprek

Zijn advies is het stellen van vragen in plaats van te verdedigen. Bijvoorbeeld:

“Wat bedoelde je precies?”
“Mag ik even delen wat die opmerking met mij deed?”

Door nieuwsgierig te blijven, creëer je ruimte voor begrip in plaats van weerstand. “We zijn zo gewend om gelijk te willen hebben,” zegt Morris, “maar in een inclusieve organisatie draait het erom dat iedereen zich gehoord voelt.”

Wat kun je doen?

Er zijn in elke situatie waar micro-agressie in voorkomt drie rollen te onderscheiden: de ontvanger, de omstander en de zender. Dit is hoe je vanuit elke rol kunt omgaan met micro-agressie:

  • Ben je ontvanger? Neem de tijd om na te denken of en hoe je wilt reageren. Doe dit op een moment waarop je je veilig voelt, bijvoorbeeld één op één. Je zou zelfs een omstander om diens mening kunnen vragen: hoe ervaarden zij dit? Als je er klaar voor bent om de zender aan te spreken, richt je dan altijd op de boodschap en dus niet op de persoon zelf. Zo kun je voorkomen dat de zender het als persoonlijke aanval opvat.
  • Ben je omstander? Pas dan op dat je je niet schuldig maakt aan het ‘savior syndrome’ en spreek nooit voor de ontvanger. Bijvoorbeeld: een collega zegt tegen een ander dat zij goed kan parkeren voor een vrouw. Zeg dan niet, ‘Weet je wel niet hoe rot dat is voor X, als vrouw zijnde?’. Ga in op de kern en leg uit wat voor stereotypes over vrouwen de zender in stand houdt met zulk soort opmerkingen. Zo voorkom je dat je de stem van de ontvanger afneemt.
  • Ben je zender? Het kan lastig zijn als iemand je confronteert met en micro-agressie die jij hebt geuit. Natuurlijk kan het zijn dat je het niet zo bedoelde, maar probeer niet in de verdediging te schieten. De impact is belangrijker dan je intentie. Vraag door, probeer de ander echt te begrijpen en nog het allerbelangrijkste: leer ervan en pas je gedrag aan.

Epiloog: de kracht van aandacht

Een les te trekken uit dit webinar is dat bewustwording begint bij aandacht, voor de kleine dingen die ongemerkt groot kunnen worden. Micro-agressies zijn misschien klein in vorm, maar groot in effect. Door ze te herkennen, bespreekbaar te maken en er iets mee te doen, bouwen we aan een cultuur waarin iedereen zichzelf kan zijn.