Waar worden werknemers gelukkig van?

In het boek De Geluksformule neemt schrijver Stefan Klein de lezer mee op een zoektocht naar geluk. Hij bespreekt daarbij inzichten uit de filosofie, psychologie, geneeskunde, neurofysiologie en gedragswetenschappen. Vervolgens geeft hij aan wat van belang is voor een gelukkig leven. Als bedrijfskundige, organisatieadviseur en docent-trainer ben ik geïnteresseerd in de leerpunten voor gelukkig en tevreden samenwerken binnen organisaties. In dit artikel bespreek ik de lessen die ik trok uit Kleins boek.

De leerpunten voor organisaties die ik haalde uit De Geluksformule zijn:

1. De invloed van werk op geluk
2. De invloed van geld, inkomens, inkomensverschillen en bonussen
3. De invloed van een goed sociaal leven
4. De invloed van zelfbeschikking

Deze leerpunten behandel ik ook regelmatig tijdens de opleiding Kwaliteitsmanagement die ik verzorg. Wanneer mensen werken bij een Great Place To Work is er meer geluk, motivatie, effectiviteit en kwaliteit.

De invloed van werk op geluk

In de huidige markt zijn er wel eens deelnemers aan een opleiding die in between jobs zijn. Gelukkig merk ik dat velen van hen ‘erop uit trekken’ en vaak voor het einde van de opleiding al een nieuwe uitdaging hebben gevonden. Wie zonder werk zit, loopt een hoger risico op psychische of stressgerelateerde aandoeningen. Verlies van werk heeft een enorme impact op tevredenheid en geluk. Mensen zonder werk die zich nutteloos voelen, voelen zich vernederd. Aldus Stefan Klein.

De invloed van geld op geluk en tevredenheid: motivatie door bonus?

Stefan Klein beschrijft hoe sociale wetenschappers dit onderzochten. Door middel van 154 grote enquêtes die over dit onderwerp werden gehouden in Europa en de Verenigde Staten, kwam hij erachter dat geld tevredenheid brengt, maar dat dit effect minimaal is. Hoe tevreden en gelukkig we zijn wordt door heel andere factoren bepaald dan het banksaldo. Alleen helemaal onderaan de inkomensladder leidt een toename van geld tot meer tevredenheid. Zodra het inkomen over een armoedegrens heengaat, heeft welstand vrijwel niets meer te maken met welbevinden. De blijdschap over een salarisverhoging houdt slechts stand tot men aan de hogere levensstandaard gewend is. Het enthousiasme over betere restaurants, een mooiere auto en een groter huis bekoelt al snel.

Als geld dan niet van grote invloed is op geluk en tevredenheid? Wat dan wel? Het gaat niet om absolute welstand van een groep mensen (in een land of in een organisatie), maar om de evenwichtige relatieve verdeling van goederen binnen de groep. Indien geld of goederen binnen een groep mensen oneerlijk verdeeld is, lijden de “have-nots” aan stress en zijn ongelukkig.

Tussen geld en geluk blijkt dus een paradoxale relatie te bestaan. Indien de welvaart boven een bepaalde grens komt leidt verdere verhoging van welvaart of welstand bij het individu niet tot meer tevredenheid of geluk, maar hoe de rijkdom is verdeeld binnen een groep mensen (een land, organisatie of bedrijf) wel.

De invloed van een goed sociaal leven binnen een organisatie

Binnen een organisatie moet er een groep samenwerkende mensen zijn met belangstelling voor elkaar. In een minder goed werkend netwerk van mensen in een organisatie kan vriendjespolitiek beter gedijen, omdat het individu zich tegenover de willekeur van clans en belangenclubs niet goed kan verdedigen. Hoe meer medewerkers in een organisatie zich voor elkaar willen inzetten, hoe beter het misbruik van vertrouwen door iemand binnen de organisatie kan worden aangepakt. In een organisatie waar een goed sociaal leven is, werken meer tevreden en gelukkigere medewerkers.

De invloed van zelfbeschikking

De sleutel tot tevreden en gelukkige medewerkers binnen een organisatie is het kunnen bepalen van je eigen leven. Het kan een akelig gevoel zijn om naar andermans pijpen te moeten dansen. De ervaring geen baas te zijn over je eigen leven zorgt altijd voor stress, die het geluk verstoort.

Op het werk heeft het personeel in de regel minder te vertellen over hoe men zijn werk zou willen organiseren naarmate men lager in de hiërarchie staat. Hoe lager in rang, hoe vaker medewerkers uitingen van machteloosheid geven: ‘anderen beslissen over mijn werk’. Een betrekkelijk kleine toename van medezeggenschap kan mensen veel gelukkiger maken. Eckart Wintzen heeft het belang daarvan aangegeven in Eckart’s Notes. Hoe meer mensen kunnen meedenken over hun werk, hoe gelukkiger ze zijn.

Tot slot

Dit waren de lessen met betrekking tot organisaties die ik trok uit De Geluksformule. De Geluksformule van Stefan Klein gaat echter over geluk in het algemeen. Er staat dus nog veel meer in het boek. Een aanrader!