Jezelf confronteren en je prestaties blijven evalueren

Topsporters leveren ongelofelijke prestaties. Is het een aangeboren talent? Nederlandse baanwielrenner Peter Schep wil voor de 5de keer deelnemen aan de Olympische Spelen en geeft je in dit artikel meer inzicht in zijn leven als topsporter.

Peter Schep (8 maart 1977) is een Nederlandse baanwielrenner. In 2006 werd hij als eerste Nederlander wereldkampioen op het onderdeel Puntenkoers. Daarnaast behaalde hij op de onderdelen Koppelkoers en Ploegenachtervolging meerdere bronzen en zilveren medailles op Nederlandse- en Wereldkampioenschappen. Peter hoopt in Londen straks voor de vijfde keer in zijn carrière mee te doen aan de Olympische Spelen.

Je bent in volle voorbereiding op de Olympische Spelen, wat ga je daar precies doen?

Momenteel zijn we met de nationale selectie in training voor het onderdeel Ploegenachtervolging op de baan. Dit houdt in dat je met een team van vier renners een afstand van 4 km moet afleggen in een zo kort mogelijke tijd. We trainen nu met zeven renners en er mogen er straks vijf mee, waarvan er in de wedstrijd vier mogen deelnemen. De komende weken zal de selectie bekend worden gemaakt door de bondscoach. Uiteraard hoop ik dat ik daar bij zit. Helaas zijn na de Olympische Spelen in Beijing de onderdelen Puntenkoers en Koppelkoers van het Olympisch Programma gehaald. Puntenkoers is een onderdeel van 50 kilometer, waarin iedere 10 ronden wordt gesprint om punten en de renner met de meeste punten wint. Koppelkoers is een soort estafettewedstrijd waarbij je met twee renners om de beurt rijdt en elkaar bij het passeren aflost. Dit zijn precies de onderdelen waarop ik als voormalig wereldkampioen het meeste kans maakte op een medaille.

Hoe bereid je jezelf voor op zo`n groot evenement?

Normaal gesproken is de winter voor mij de belangrijkste periode in het jaar omdat dan de Zesdaagsen, wereldbekerwedstrijden en het wereldkampioenschap plaatsvinden. Nu heb ik na het wereldkampioenschap even gas teruggenomen en ben me daarna gaan voorbereiden op de Olympische Spelen. In het begin zijn dat veel trainingsstages in het buitenland waar we veel op de weg fietsen om conditie op te bouwen. Later zijn dat veel specifieke trainingen om gewend te raken aan het fietsen op de baan, je teamgenoten en het materiaal. Helaas ben ik het afgelopen jaar twee keer lang geblesseerd geweest waardoor ik nog niet in topvorm ben. We hebben een sterke ploeg dus op dit moment moet ik me in de trainingen zien te bewijzen om straks geselecteerd te worden. Eenmaal in Londen gaan we natuurlijk voor een medaille.

Wat maakt de Olympische Spelen voor jou zo bijzonder?

Er is geen enkel sportevenement dat te vergelijken is met de Olympische Spelen. Alleen al vanwege het feit dat het maar eens in de vier jaar georganiseerd wordt, maakt het uniek. De omvang van het evenement is onvoorstelbaar en er hangt altijd een bijzondere sfeer bij het Olympisch dorp en op de wedstrijdlocaties. Ik vind het erg leuk om in contact te komen met andere sporten en sporters. Toch probeer ik me niet te veel te laten afleiden. Ik moet me volledig focussen op de wedstrijden waar ik aan deelneem. Als die eenmaal achter de rug zijn is er gelukkig nog tijd over om te ontspannen, bij een paar andere sporten te kijken en een biertje te drinken in het Holland Heineken House.

Kan je wat meer vertellen over de groei die jij hebt doorgemaakt? En nog belangrijker: wat je hebt geleerd?

De Olympische Spelen zijn erg groot en er komt dan ook veel op je af. Ik deed voor het eerst mee in 1996 in Atlanta en ik was toen 19 jaar oud, erg jong. Het was toentertijd erg lastig om me te focussen vanwege de overweldigende indrukken. Die focus vond ik de tweede keer beter want ik was toen inmiddels beroepssporter, had het al een keer meegemaakt en ik wist dat ik afgerekend zou worden op het resultaat. In mijn wielercarrière heb ik veel geleerd. Ik heb een aantal tegenslagen gehad zoals valpartijen, blessures en ik wilde te snel weer terug komen op mijn oude niveau. Ik trainde te hard met als resultaat nog meer blessures en de ziekte van Pfeiffer. In de topsport draait het om het behalen van resultaten en topprestaties. Toen dat uitbleef denk je terug aan wat er voor die tijd anders ging en wat er moet veranderen. Je kunt daarbij ook niet alles alleen doen. Je hebt ook de juiste mensen nodig, zoals trainers, fysiotherapeuten, voedingsdeskundigen en inspanningsfysiologen.

ICM zet zich in voor de professionele en persoonlijke ontwikkeling van mensen uit het bedrijfsleven. Op welke manier besteed jij hier aandacht aan?

Als je het hebt over persoonlijke ontwikkeling dan is dat volgens mij terugkijken op de dingen die goed en slecht gaan en daar acties op ondernemen om te verbeteren. Dit zie ik ook terug in de topsport: als sporter moet je jezelf confronteren en je prestaties blijven evalueren. Toen ik in 2006 wereldkampioen werd kreeg ik hiervan de bevestiging. Het gevoel wat je krijgt als je over de finish gaat is onbeschrijfelijk. Dan weet je dat je de juiste keuzes gemaakt hebt, de juiste mentaliteit hebt gehad en alle inspanningen de moeite waard zijn geweest. Ik geef daarnaast regelmatig clinics voor mensen uit het bedrijfsleven. Mijn managementbureau organiseert evenementen waarin ik een groep deelnemers voor één dag mee neem in het leven van een sporter. Tijdens deze dag leer je niet alleen de fijne knijpjes van het vak op de fiets. Samen met mijn begeleidingsteam laat ik zien wat er nog meer bij komt kijken en een mentalcoach laat de overeenkomsten zien tussen presteren op de sportvloer en op de werkvloer. Ik vind het erg leuk om mijn ervaringen en mijn kennis over te brengen op andere mensen.

In hoeverre kan er volgens jou een verband gelegd worden tussen presteren op de sportvloer en op de werkvloer?

Er zijn heel veel overeenkomsten. Zo moet je zowel op de werkvloer als op de sportvloer altijd de juiste balans vinden: inspanning en ontspanning, werk en privé, afzonderen en contact zoeken. Beide groepen stellen doelen, zoeken naar focus en uiteindelijk wil iedereen verder komen en erkent worden in zijn of haar werk. Progressie maken wordt gemeten aan de hand van resultaten. Dit is het winnen van een wedstrijd of het behalen van een target. Je creëert zelf de ideale omstandigheden en de structuur om het maximale uit jezelf te halen. Je moet daarbij mentaal en fysiek fit zijn. Door de juiste mensen om je heen te verzamelen die een bepaalde zorg uit handen kunnen nemen, kun je focussen op je eigen doelen. Signalen juist interpreteren en Communicatie is heel belangrijk. Een goed team heeft aan één oogopslag genoeg om te weten wat er moet gebeuren.

Hoe wordt topsport volgens jou bereikt?

Slagen maken in de topsport is voor een groot deel afhankelijk van je genen; je talent. Maar dit talent komt alleen tot z`n recht door de acties die je vervolgens onderneemt, zoals: doorzettingsvermogen, de juiste keuzes maken en de juiste mensen om je heen verzamelen. Je moet ook het vermogen hebben om je aan te passen. Het leven van een topsporter bestaat uit goed en veel trainen, rust pakken en de juiste voeding tot je nemen. Niet te vergeten is je succes ook voor een klein deel afhankelijk van geluk.

Ben je naast het sporten ook aan leren op de reguliere manier toegekomen?

Ik begon met fietsen toen ik 8 jaar oud was en mijn eerste racefiets kreeg. Mijn familie fietste veel en ik had wat vriendjes uit het dorp die fietsten. We gingen samen naar wedstrijden en bij de jeugd won ik al snel veel prijzen. Ik had er vooral ook veel plezier in. Op de middelbare school ben ik begonnen op het VWO, heb toen een stapje terug gedaan om veel te kunnen fietsen en heb uiteindelijk mijn HAVO-diploma behaald. Hierna heb ik een MBO- opleiding werktuigbouwkunde gedaan en ben ik bij een metaalverwerkingsbedrijf gaan werken. Niet voor lang, want al na een jaar kreeg ik een profcontract aangeboden en ben ik me fulltime met fietsen bezig gaan houden. Topsport heeft mij veel gebracht en ik vind het fantastisch dat ik van mijn passie mijn beroep heb kunnen maken. Ik heb geen seconde spijt gehad van mijn wielercarrière, ondanks de tegenslagen die er soms bij zaten en de dingen die ik heb moet laten.

En heb je al enig idee wat je na je sportcarrière gaat doen? Weer een studie oppakken?

Momenteel richt ik me nog helemaal op mijn fietscarrière en ben ik hier nog niet veel mee bezig. Ik zou graag in de sport actief willen blijven en heb de laatste jaren al opleidingen bij de wielerbond gevolgd om in de toekomst bijvoorbeeld als trainer aan de slag te kunnen. Zo ver is het echter nog niet. Ongeacht of ik me nu wel of niet kwalificeer voor Londen, de komende jaren zit ik nog op de fiets. Mocht ik ooit stoppen met topsport zal ik zeker nog eens contact opnemen met ICM om te bekijken hoe ik mezelf op persoonlijke en professionele vlak verder kan ontwikkeling en verbeteren.