Desinteresse? Nee! Deze generatie leert anders

Twee organisatiepsychologen schreven vorige maand een opinieartikel in Trouw over de desinteresse van studenten. De studenten waren niet geïnteresseerd geweest in hun betoog van een uur en er was zelfs een student die gemaild had dat hij geen uur achter elkaar naar een riedel kon luisteren. Het is toch wat! De docent van de groep beaamde dat het de studenten allemaal niets interesseerde. Mijn tenen kromden in mijn schoenen, ik klom in de pen. En schreef onderstaand stuk.

Desinteresse? Nee! Deze generatie leert anders.

“We houden de optie open dat we gewoon een stom verhaal vertelden,” zo besluiten Thiecke en Van der Zeeuw hun opiniestuk over hun gastles. Persoonlijk vind ik ‘stom’ wel een erg hard waardeoordeel, maar het feit dat de studenten apathisch reageerden op hun les vertelt mij wel dat zij geen goede les hebben gegeven. En de vaste docent die ‘laconiek deze houding volstrekt normaal vindt’ schokt mij tot in het diepst van mijn onderwijshart.

Ik werk al jaren bij commerciële opleidingsinstituten met HBO-  en post HBO-studenten en juist de jonge generatie, die wij docenten liefkozend de “screenagers en netwerkgeneratie” noemen, vind ik als docent erg inspirerend. En ja, ze leren heel anders. En ja, ze zijn heel anders. Ik leer elke dag van hen. Want ze zijn wel ánders,  maar zeker niet gedesinteresseerd. “Wat hebben wij met zijn allen gedaan dat studenten zo ongeïnteresseerd en weinig leergierig zijn” vragen de dames zich af. Nou dàt weet ik wel: onderwijs gegeven dat niet aansluit bij hun interesses. Inderdaad: gewoon een “riedel afdraaien”.

Dit is de generatie ‘screenagers, netwerkers”. Deze studenten leren anders en daar durven ze ook voor uit te komen: de student die mailt dat je “niet van hen kunt verwachten dat zij een vol uur geconcentreerd luisteren” is daarvan een mooi voorbeeld. Inderdaad: wat dachten jullie wel niet? Deze generatie studenten laat zich niet leiden door mensen die hen niet verder helpen in hun eigen ontwikkeling. Het zijn multitaskers, zij zijn bijzonder goed in parallel-processing. En zij hebben een korte aandachtboog, denken sneller, zijn sneller verveeld.

De screenagers zijn verfrissend hiërarchieloos, kritische netwerkers en ze zijn issue-driven. Ze zien het belang maar ook de vergankelijkheid van kennis. Dus een college van een uur? Niet aan hen besteed. Tijdverspilling. Dat heeft bijvoorbeeld de Universiteit van Nederland  – die is opgezet door het prototype van deze studentensoort Alexander Klöpping – heel goed begrepen. Zij knippen een onderwerp in vijf stukken van ruim een kwartier, gebracht door inspirerende docenten die in staat zijn met hun verhaal kennis, inzicht en toepassing te laten zien.

Generatiekloof

Volgens Matthieu Weggenman, hoogleraar technische bedrijfskunde Universiteit Twente, hebben we hier te maken met een generatiekloof. Nog veel managers en docenten in het HBO en op de universiteit komen uit de Babyboomgeneratie (1940-1955), de protestgeneratie. Hun aanpak is steeds dezelfde: studenten hebben het nog niet begrepen en dus moeten we het beter uitleggen. Dat leidt tot meer kennisoverdracht, meer regels en procedures, meer toetsen en examens. Kortom: tot meer van hetzelfde.

Dat sluit niet aan bij hoe de screenagers leren. Verschillen tussen generaties zijn er altijd geweest en zullen er ook altijd blijven. Ik herinner me bijvoorbeeld dat onze leraren op de kweekschool ons vaak respectloos en brutaal vonden. Het grote verschil is dat het nu niet gaat over waarden (zoals bij ons) maar over verschillen in vaardigheden: de vaardigheid om ook helder te communiceren in klank- en beeldtaal en het vermogen om meer tegelijk goed genoeg uit te kunnen voeren (multi-tasking). Volgens Weggeman is de kernvraag of de docenten en bestuurders van de andere generaties bereid zijn respect op te brengen voor de vaardigheden van de screenagers en de praktisering daarvan te faciliteren.

Ook Sir Ken Robinson geeft in zijn TEDtalks aan dat deze vorm van onderwijs toe is aan een totale paradigmashift. Ons regulier onderwijs is nog steeds ingericht volgens een lineair verlopend leermodel, waarin de student stap-voor-stap werkt van makkelijk naar moeilijk: eerst dit en als je daar een voldoende voor gehaald hebt, dan pas dat. Er wordt vrijwel geen beroep gedaan op hun uitstekend ontwikkeld vermogen om iteratief en concentrisch te leren, en ook niet op hun vaardigheid van parallel processing.

Dus het antwoord op de vraag : “Hoe krijgen we onze studenten geïnteresseerd en leergierig” lijkt mij: respect opbrengen voor de vaardigheden en de behoeften van de screenagers en het onderwijs daarop inrichten.